Hein Pragt Heinpragt.com    © Hein Pragt ( Facebook ,  )
Taalfoutje melden 
Volg op Facebook 
 

Korte inspirerende verhalen met een moraal.

Op deze pagina staan diverse korte inspirerende verhalen met een moraal en levenswijsheden die mij persoonlijk aanspreken. Deze vaak leerzame verhalen worden vaak gebruikt om een verhaal dat speelt in deze tijd kracht bij te zetten of een standpunt of levenswijsheid te illustreren in een speech of presentatie. Wanneer u een leuke aanvulling voor deze verhalen pagina heeft laat het mij dan weten.
Met vriendelijke groet, Hein Pragt


De oude indiaan en wolven.

Een oude indiaan gaf zijn kleinzoon onderricht over het leven en levensgeluk. "Binnen in me is een gevecht gaande." zei hij tegen de jongen. "Het is een gevecht tussen twee wolven, de ene wolf is slecht hij bestaat uit woede, jaloezie, hebzucht, verwaandheid, schuld, wrok, leugens, valse trots, superioriteit en ego. De andere wolf is goed, hij is vreugde, vrede, liefde, hoop, kalmte, nederigheid, vriendelijkheid, vrijgevigheid en compassie. Binnen in jou woedt dezelfde strijd en datzelfde geldt voor ieder mens." De kleinzoon dacht enkele ogenblikken na en vroeg toen aan zijn grootvader, "welke wolf zal het gevecht winnen?". De oude man glimlachte en antwoordde, "Degene die je voedt."


Het verhaal van de echo.

Een man en zijn zoon lopen in het bos, plotseling struikelt de jongen en omdat hij een scherpe pijn voelt roept hij: "Ahhhh". Verrast hoort hij een stem vanuit de bergen die "Ahhhh" roept. Vol nieuwsgierigheid roept hij: "Wie ben jij?", maar het enige antwoord dat hij terugkrijgt is: "Wie ben jij?". Hij wordt kwaad en hij roept: "Je bent een lafaard!", waarop de stem antwoordt: "Je bent een lafaard!". Daarop kijkt de jongen naar zijn vader en vraagt: "Papa, wat gebeurt hier?".

De man antwoordt: "Zoon, let op!" en hij roept vervolgens:"Ik bewonder jou!". De stem antwoordt: "Ik bewonder jou!". De vader roept: "Jij bent prachtig!" en de stem antwoordt: "Jij bent prachtig!". De jongen is verbaasd, maar begrijpt nog steeds niet wat er aan de hand is.

Daarop legt de vader uit: "De mensen noemen dit ECHO, maar in feite is dit het LEVEN!
Het leven geeft je altijd terug wat jij erin binnen brengt. Het leven is een spiegel van jouw handelingen. Als je meer liefde wilt, geef dan meer liefde! Wil je meer vriendelijkheid, geef dan meer vriendelijkheid! Als je begrip en respect wenst, geef dan begrip en respect. Wil je dat mensen geduldig en respectvol met je omgaan, geef hen dan geduld en respect! Deze natuurwet gaat op voor elk aspect van ons leven.".

Het leven geeft je altijd terug wat jij erin brengt, het is geen toeval, maar een spiegel van jouw eigen handelingen.


De trouwe hond

Er was er eens een man die gelukkig leefde met zijn vrouw en hun enige pasgeboren zoon. Op een dag zei de vrouw tot haar man: "Jij blijft hier met onze zoon terwijl ik naar het badhuis ga. Ik zal niet lang weg blijven." Terwijl de man thuis zat en zijn zoon boven lag te slapen, kwam er een boodschapper van de koning. De koning wilde dat de man onmiddellijk naar het paleis kwam. De man kon daarom niets anders doen dan de koning gehoorzamen en naar het paleis gaan.

De man maakte zich geen zorgen om de jongen die hij alleen moest achterlaten in het huis omdat hij een trouwe hond had om hem te bewaken. Deze hond die bij hen was komen wonen toen het nog een puppy was, was een deel van de familie geworden. Daarom kon de man de deur van het huis met een gerust hart sluiten en op weggaan samen met de boodschapper. Toen de man terug kwam van het paleis liep de hond naar de deur zoals gebruikelijk om zijn baasje enthousiast te begroeten. Toen de man de hond over zijn kop aaide zag hij dat de haren om zijn bek onder het bloed zaten. Onmiddellijk kwam de gedachte bij hem op dat de hond zijn zoon aangevallen moest hebben, en dat het bloed op de bek van zijn hond dat van zijn zoon moest zijn. In een aanval van blinde woede pakte de man zijn stok en begon de hond te slaan. Hij bleef doorgaan met slaan. Op het laatst kon de hond de klappen niet meer aan en stierf...

De man droeg de hond naar buiten om hem te begraven toen hij plotseling een baby hoorde huilen. Hij liep op het geluid af dat achter een struik vandaan leek te komen. Eenmaal daar aangekomen, zag hij zijn zoon liggen. Levend. Naast zijn zoon lag een wolf. Een wolf die door zijn trouwe hond was gedood om het kind te beschermen.... Plotseling realiseerde de man welke fout hij had begaan, een fout die nooit meer ongedaan kon worden gemaakt.


Geluk

Er was eens een boer die een arm plattelandsdorpje woonde. De boer werd als iemand in goeden doen beschouwd, want hij had een paard dat hij gebruikte om mee te ploegen en ook om er allerlei dingen mee te vervoeren. Op een dag ging zijn paard ervandoor. Alle buren vonden dit vreselijk, maar de boer zei alleen maar; "Ach wat is pech en wat is geluk".

Een paar dagen later kwam het paard terug en bracht ook nog twee wilde paarden mee. De buren vonden allemaal dat hij geweldig geluk had gehad, maar de boer zei alleen: "Ach, wat is geluk en wat is pech".

De volgende dag probeerde de zoon van de boer op een van de wilde paarden te rijden. Het paard wierp hem af en de zoon brak een been. De buren boden hun medeleven aan met deze tegenspoed, maar de boer zei opnieuw: "Ach, wat is pech en wat is geluk".

Een week later kwamen er militairen naar het dorp om jonge mannen te recruteren voor de verplichte krijgsdienst. De zoon van de boer wilden ze niet hebben vanwege zijn gebroken been. Toen de buren lieten weten dat hij toch wel geluk had gehad, antwoordde de boer: "Ach wat is geluk en wat is pech".

De moraal, geluk is niet afhankelijk van externe omstandigheden maar hoe je er zelf mee omgaat.


Vertrouwen.

Een bakker kreeg boter van een boer en de boer brood van de bakker.
Na een tijdje viel het de bakker op dat de stukken boter van de boer, die drie pond zouden moeten wegen, steeds lichter werden.
Zijn weegschaal gaf hem gelijk en hij klaagde zijn boterleverancier aan bij de rechter.
Uw stukken boter zouden niet het vereiste gewicht hebben, zei de rechter tegen de boer.
Dit stuk zou drie pond moeten wegen, het weegt echter veel minder.
Dat is uitgesloten, meneer de rechter, zei de boer, ik heb het elke keer nagewogen.
Misschien kloppen uw gewichten niet, meende de rechter.
Hoezo gewichten, vroeg de boer stomverwonderd.
Ik heb helemaal geen gewichten, die gebruik ik nooit.
Maar waar weegt u dan mee als u geen gewichten heeft, vroeg de rechter.
Heel eenvoudig, zei de boer, ik krijg mijn brood van de bakker en hij krijgt boter van mij.
Een brood weegt drie pond dus leg mijn boter links op de weegschaal en een brood rechts en zo weeg ik dat af.


Roddelen.

Een boer die allerlei roddelpraat over iedereen vertelde kreeg spijt en vroeg aan de rabbi hoe hij boete kon doen.
Verzamel een zak vol kippenveren, ga daarmee het hele dorp door en leg op ieder erf bij elke deur een veer. De boer deed wat hem was opgedragen en vroeg aan de rabbi of hij daarmee genoeg had gedaan.
Nee, nog niet, zei de rabbi, nu moet je een zak nemen, langs al die huizen gaan en elke veer die je er hebt neergelegd weer oppakken en verzamelen. Maar dat is toch een onmogelijke opgave, protesteerde de boer. De meeste veren zijn al lang door de wind weggeblazen.
Toen antwoordde de rabbi, zo is het nu ook met jouw roddelpraatjes. Je spreekt ze zo gemakkelijk uit, maar hoezeer je het ook probeert, terughalen kun je ze niet.


Spiegelen.

Een Indisch sprookje vertelt over een hond die in een kamer rondrende, waarvan alle wanden van spiegels voorzien waren.
Plotseling zag hij veel honden, en hij werd woedend, liet zijn tanden zien en gromde.
Alle honden in de spiegel werden even woedend, lieten hun tanden zien en gromden.
De hond schrok en begon rondjes te lopen tot hij eindelijk in elkaar stortte.
Had hij maar eenmaal met zijn staart gekwispeld, dan hadden al zijn spiegelbeelden hetzelfde vriendelijke gebaar teruggegeven.


De speld in de hooiberg.

De speld in de hooiberg was heel trots op zichzelf en zei tegen iedereen die het wilde horen, ik ben die speld in de hooiberg waar iedereen het altijd over heeft. Op een dag had de hooiberg genoeg van die eeuwige opschepperij.
De speld was wel belangrijk, maar dat gold ook voor de hooiberg.
Dus besloot de hooiberg om er vandoor te gaan en de speld in zijn sop gaar te laten koken.
Arme speld, hij was geen speld in een hooiberg meer maar gewoon een doodordinaire speld, zoals er zoveel waren.
De nuttige gedachte achter dit verhaal is, je moet je nooit als een speld in een hooiberg voelen als je niet heel goed beseft dat je alles in je leven aan die hooiberg te danken hebt.


Zelfbeheersing

Er was eens een jongen met zeer weinig zelfbeheersing.
Zijn vader gaf hem een zak spijkers en zei tegen hem dat elke keer als hij zijn zelfbeheersing verloor, hij een spijker in de achterkant van de schutting moest slaan. De eerste dag sloeg de jongen 37 spijkers in de schutting. Over de volgende paar weken, toen hij leerde om zijn kwaadheid onder controle te krijgen, werd het aantal spijkers dat hij in de schutting sloeg geleidelijk aan minder. Hij zag in dat het gemakkelijker was om zijn zelfbeheersing niet te verliezen, dan al die spijkers in de schutting te slaan....... Uiteindelijk, kwam de dag dat de jongen zijn zelfbeheersing niet meer verloor.
Hij vertelde dit aan zijn vader en zijn vader stelde voor dat de jongen nu voor elke dag dat hij zijn zelfbeheersing behield hij een spijker uit de schutting haalde.
De dagen gingen voorbij en de jonge man was eindelijk zover dat hij zijn vader kon vertellen dat alle spijkers waren verdwenen.
De vader nam de jongen bij de hand en ging met hem naar de schutting.
Hij zei: "Je hebt het goed gedaan, mijn zoon, maar kijk nu eens naar al die gaten in de schutting. De schutting zal nooit meer hetzelfde zijn. Als je dingen zegt in woede, dan laten ze een litteken achter net als deze gaten. Je kunt iemand met een mes steken en het mes er weer uit trekken. Het maakt niet uit hoe vaak je zegt dat het je spijt, de wond zal er blijven."
Een verbale wond is even erg als een fysieke wond.


Op zoek naar de waarheid.

Een leerling vroeg eens aan zijn meester, meester hoe hoog moet ik klimmen om de waarheid te vinden?
Zijn meester keek hem aan, en na een lange stilte zei hij, de waarheid is dichtbij je op de grond, maar je wilt je niet bukken om haar op te rapen.


Verschil in perspectief.

Zeven leerlingen maakten met hun meester ergens in het verre Oosten een ochtendwandeling. In het prille zonlicht schitteren de dauwdruppels. Bij een grote dauwdruppel liet de meester halt houden. Hij schaarde de leerlingen zo rondom de druppel dat de zon erop bleef schijnen en vroeg hen toen welke kleur de druppel had.
Rood zei de eerste, oranje zei de tweede, geel zei de derde, groen zei de vierde, blauw zei de vijfde, paars zei de zesde en de zevende zei violet. Ze stonden verbaasd over deze verschillen, en aangezien ze er allen zeker van waren dat ze het goed zagen, kregen ze bijna ruzie.
Toen liet de meester hen van plaats wisselen.
En heel langzaam drong het tot hen door dat zij ondanks de verschillen van hun waarneming, toch allen de waarheid hadden gesproken.


Samen sterk.

Er was eens een man die drie zonen had. Tot groot verdriet van de man maakten de drie jongens altijd ruzie. Op een dag zei de vader, breng me zoveel takken als je kunt dragen! De jongens renden het bos in om takken te verzamelen en ieder kwam terug met een bos takken.
Neem nu ieder 1 tak zei de vader en probeer die te breken. Hartstikke makkelijk zeiden de jongens en ze braken hun stokken in twee.
Bind nu alle stokken met een touw samen zei de vader en probeer nu de hele bos takken te breken.
Ze probeerden het om de beurt, maar de takken die afzonderlijk zo gemakkelijk gebroken konden worden, waren samengebonden zo sterk als staal. Zie je zei hun vader, wat jullie met deze stokken doen kan ook met jullie gebeuren.
Wanneer je altijd alleen voor jezelf vecht, ben je alleen en kun je gemakkelijk aangevallen en gebroken worden.
Samen zijn jullie sterk, dat geldt voor stokken maar ook voor mensen.


Het verhaal van de steenhouwer.

Er was eens een man die stenen hakte uit een rots. Hij vond zijn werk veel te zwaar en droomde dat hij rijk was, en plotseling was hij rijk.
Op een dag stond hij langs de weg toen er een koning voorbij kwam in een prachtige koets. Was ik maar koning dacht hij ontevreden, dat zou nog mooier zijn, en plotseling was hij koning.
Met veel ruiters en paarden reed hij in een gouden koets door zijn rijk. Maar de koning begon te klagen over de hete zon, die in zijn gezicht schroeide. Ontevreden als hij was zuchtte hij en dacht, was ik maar de zon. En zie onmiddellijk was hij de zon en strooide hij zijn gouden stralen over de aarde. Totdat er een wolk kwam die zijn stralen tegenhield.
Ik wou dat ik zo machtig was als die wolk, dacht hij ontevreden. En zo werd hij een wolk en kon hij de stralen van de zon tegenhouden.
De wolk viel in grote druppels naar de aarde en het water stroomde woest over het land, alleen een rots bleek machtiger dan het water.
Toen werd hij kwaad omdat de rots nog sterker was en wilde hij liever een rots zijn, en ook dit gebeurde.
Toen kwam er een man met een scherpe beitel en grote hamer en hakte in de rots om er stenen van te maken.
Toen dacht de rots, was ik maar weer die steenhouwer. Het gebeurde en vanaf dat moment deed de man elke dag zijn zware werk en was tevreden.


Een verhaal over het leven

(Door Hein Pragt, gebaseerd op "A story to live by" van Ann Wells)

Mijn vriend opende de onderste lade van de kledingkast van zijn vrouw en haalde er een klein en mooi verpakt pakketje uit. "Dit is geen ondergoed" zei hij,"dit is lingerie". Hij pakte het pakketje uit en hield een prachtige slip in de handen, het was gemaakt van echte zijde en afgezet met prachtige kant. Het prijskaartje met een enorm bedrag zat er nog aan. Ze heeft dit gekocht toen we tien jaar geleden een uitstapje maakten, maar ze heeft het nooit gedragen. Ze zei altijd dat ze het bewaarde voor een speciale gelegenheid, nou ik denk dat dit dan de speciale gelegenheid is.

Hij nam de slip en deed het in de doos met kleding voor de uitvaartverzorger, zijn handen streken over het zachte materiaal en daarna sloeg hij boos de lade dicht. "Bewaar alstublieft nooit wat voor een speciale gelegenheid" zei hij ineens, "iedere dag die je leeft is een speciale gelegenheid". Deze woorden bleven me door het hoofd spelen in de trieste dagen daarna bij het voorbereiden van de begrafenis van zijn vrouw die zo plotselinge overleden was. Ik moest ineens denken aan alle dingen die ze niet gedaan had en alle dingen die ze wel gedaan had zonder zich te realiseren hoe speciaal die dingen eigenlijk waren.

Die woorden hebben mijn leven veranderd, sinds die dag lees ik meer en stof ik iets minder af, zit ik in de tuin te genieten van de vogels zonder dat ik op het onkruid let en besteed ik meer tijd aan mijn kinderen, familie en vrienden en minder tijd aan vergaderen en werk. Het leven is geen reeks ervaringen zijn die je moet ondergaan maar van ervaringen die je moet koesteren. Ik gebruik het mooie servies voor iedere speciale gelegenheid zoals een mooi rapport van mijn kinderen, de gootsteen die ontstopt is of de eerst bloesem in de lente. Ik draag mijn mooiste jas als ik naar de markt ga en doe mijn "dure" luchtje ook op als ik niet naar een feestje ga. Het winkelpersoneel heeft ook een neus, net als die mensen op het feestje. "Dat wil ik nog eens doen" of "later zal ik " en "eens ga ik" zijn zinnen die uit mijn woordenboek zijn geschrapt. Als het waard is om gezien of gehoord te worden of mee te maken dan wil ik het nu ervaren.

Ik weet niet wat de vrouw van mijn vriend gedaan zou hebben als ze geweten had dat ze er morgen niet meer zou zijn. Ik denk dat ze nog even gepraat zou hebben met haar familie en vrienden. Dat ze nog even gebeld zou hebben met wat oude kennissen om oude misverstanden uit de wereld te helpen. Ik denk dat ze die avond haar favoriete eten had gegeten samen met alle mensen die ze lief had. Ik zal het nooit weten maar ik weet wel voor mijzelf dat ik boos zou zijn om al die kleine dingen die ik niet gedaan zou hebben. Boos worden op mijzelf omdat ik die ene brief niet geschreven had ondanks dat ik me het voorgenomen had. Boos omdat ik de mensen die ik lief heb niet vaak genoeg verteld had hoe veel ik van ze hou.

Ik probeer niets meer uit te stellen of te bewaren voor een speciale gelegenheid en dagelijks te genieten van alle kleine dingen die mij, en de mensen die ik lief heb, gelukkig maken. Elke dag wanneer ik mijn ogen open vertel ik mijzelf dat dit een speciale dag is, want als je goed nadenkt is elke dag die je leeft een bijzondere dag, elk uur elke minuut is een speciaal geschenk.


Doel voor ogen.

Er was eens een boer die drie zonen had van wie hij veel hield. Hij werd echter wat ouder en moest beslissen welke van zijn zoons het land en alle bezittingen zou erven. De boer besloot om alle drie zoons dezelfde kans te geven en nam ze mee naar de akker. Daar vertelde hij zijn zoons dat degene die aan de andere kant van de akker zou komen via de meest rechte lijn het bedrijf zou erven. De oudste zoon mocht beginnen. Hij begon te lopen, keek nu en dan om en stuurde bij. De tweede zoon die dat zag, besloot om achterstevoren te lopen. De derde zoon nam een boom aan de horizon in het vizier en liep er recht op af. Hij won.
De moraal van dit verhaal is: met een duidelijk doel voor je ogen krijg je het beste resultaat.


Het zwaard van Damocles.

Dionysius was een koning die vier eeuwen voor Christus leefde. Hij was rijk en woonde in een duur en groot paleis. Hij doeg dure kleren en juwelen en had zelfs een groep wijze mannen om zich heen die hem moesten prijzen om zijn ego te behagen. Een van die mannen was Damocles die de koning vertelde hoe goed het leven van een koning toch was. Dionysius zei daarop tegen Damocles: "Als je denkt dat mijn leven zo geweldig is, zou je dan niet met mijn willen ruilen?"

Damocles wilde dat wel en Dionysius liet alles in orde brengen zodat Damocles het leven van de koning kon ervaren. Damocles had het heel erg naar zijn zin tot hij een heel groot zwaard ontdekte dat boven zijn hoofd hing aan een dunne paardenhaar. Hij schrok hevig en vroeg aan Dionysius waarom dit zwaard boven zijn hoofd hing. De koning vertelde toen dat zijn leven er wel heel erg comfortabel uitzag maar dat het leven van een koning ook dermate gevaarlijk was dat er symbolisch altijd een zwaard boven zijn hoofd hing. Damocles bedacht zich snel en ging terug naar zijn arme maar veel veiliger leven.


Het paard van Troje.

Het verhaal begint met de drie godinnen Hera, Athena en Afrodite. Deze vroegen de Trojaanse prins Paris de mooiste onder hen te kiezen. Afrodite won deze weddenschap door Paris de liefde van een supermooie vrouw te beloven.

Paris zeilde naar Griekenland waar hij gastvrij werd onthaald door Helena, de vrouw van de Spartaanse koning Menelaos. Volgens de Griekse legende was Helena de mooiste vrouw van de wereld. De mooie Helena was gelukkig getrouwd maar liet zich onder de invloed van de godin Afrodite overtuigen om met Paris naar de stad Troje te gaan. Dit was de beloning voor Paris van de godin Afrodite.

De boze bedrogen koning Menelaos trommelde alle Griekse koningen op en zeilde met een leger van wel duizend schepen, zijn vrouw achterna waarna een negenjarige belegering van de stad Troje zou beginnen.

Na negen jaar vergeefse belegering werd Troje ingenomen dankzij een sluwe list. De Grieken bouwden een groot houten paard waarin ze een aantal soldaten verborgen. Deze lieten ze buiten de stad achter waarna ze deden alsof ze zich terug trokken naar hun schepen. De Trojanen geloofden dat de Grieken het paard gebouwd hadden als eerbetoon voor hun moedig verzet.

Tijdens het feest ter ere van het einde van de belegering haalden de Trojanen in een dolle feestvreugde het paard binnen de muren van hun stad. Die nacht verlieten Griekse krijgers de houten buik van het paard en brandden Troje plat.

Afrodite liet daarna Paris ontkomen in een wolk en Helena keerde met haar man Menelaos weer terug naar Sparta. Maar de goden waren boos door alles wat was voorgevallen en hun terugtocht duurde jaren. Helena en Menelaos leefden daarna nog lang en gelukkig.

In dit verhaal zit meer dan 1 moraal zoals het manipuleren in de liefde, overspel en te goed vertrouwen.


De weg van Zen.

Een oude Zenmeester en zijn leerling waren aan het wandelen in een uitgestrekt bos. De leerling vroeg zijn meester: "Meester, wat is de weg van Zen?"
De meester antwoordde: "Hoor je de vogels? Zie je de zon? Zie, ik verberg niets voor jou!"


Samenwerken.

Het gebeurde eens dat een groot bos in brand raakte. Er waren twee mensen in het bos, de een was blind en de ander was lam en kon dus niet lopen. Beide mannen hadden op zichzelf geen schijn van kans om het bos tijdig te verlaten. Dus sloten ze een overeenkomst, de blinde nam de lamme op zijn schouders en omdat de lamme man kon zien en de blinde kon lopen werden ze tot één man. Ze kwamen het bos uit en redden hun leven.


Leegmaken.

Een professor van een universiteit ging eens bij een bekende Zenmeester op bezoek. Terwijl de Zenmeester rustig thee inschonk, praatte de professor over Zen. De Zenmeester schonk de kom vol tot aan de rand en bleef daarna doorschenken. De professor keek naar de kom die overstroomde totdat hij zich niet langer kon beheersen. "Stop, de kom is helemaal vol, er kan niets meer bij!" stamelde de professor. "U bent net als deze kom met thee," antwoordde de Zenmeester, "Hoe kan ik u Zen laten zien als u niet eerst uw eigen kom leeg maakt?"


Twee monniken en een vrouw.

Twee monniken die op reis waren kwamen bij een rivier aan, waar ze een vrouw ontmoetten. Omdat de vrouw bang was voor de stroming in de rivier vroeg ze of de monniken haar naar de overkant wilden dragen. Een van de monniken aarzelde, maar de andere zette haar op zijn schouders, stak het water over en zette haar neer op de oever aan de overkant van de rivier. De vrouw bedankte hen en vertrok. Terwijl de monniken hun reis vervolgden, was de ene monnik in zichzelf gekeerd en aan het broeden. Niet meer in staat om het zwijgen te bewaren zei hij wat hem dwars zat. "Broeder, onze spirituele training leert ons elk contact met vrouwen te mijden, maar jij pakte haar op je schouders en droeg haar!"
"Broeder", antwoordde de andere monnik, "Ik heb haar neergezet aan de overkant, terwijl jij haar nog steeds bij je draagt."


Eerlijk delen.

Er waren eens een leeuw, een ezel en een vos, die gezamenlijk op jacht gingen. Ze hadden succes en vingen een luipaard. De leeuw zei tegen de ezel: "Verdeel jij nu eerlijk de buit". En de ezel deelde scrupuleus nauwkeurig in drie gelijke delen, waarop de leeuw zo woedend werd, dat hij de ezel opat. Bleven over de leeuw en de vos. Zij gingen weer op jacht. Opnieuw hadden zij succes en 's avonds was er weer een luipaard gevangen. De leeuw zei tegen de vos: "Verdeel dat nu eens eerlijk". De vos hield één oortje voor zich en de rest kwam aan de leeuw. Toen zei de leeuw: "jij hebt goede manieren, wie heeft je dat geleerd?". "De ezel", zei de vos.


Tekens van rijkdom

Een vader van een welgestelde familie nam zijn zoon op een dag mee voor een reis over het platteland om zijn zoon te laten zien hoe rijk ze waren en hoe arm andere mensen kunnen zijn. De man en zijn zoon verbleven een paar dagen op een boerderij van een familie die met moeite rond kon komen. Toen vader en zoon na een paar dagen weer terugreden naar hun landgoed, vroeg de vader aan zijn zoon wat hij van de afgelopen dagen vond. "Ik vond het geweldig, vader", zei de zoon. "Heb je nu ontdekt hoe arm mensen kunnen zijn?" vroeg de vader. "Ja, ik heb veel geleerd", antwoordde de zoon. "Ik zag dat zij vier honden hebben, terwijl wij er maar een hebben. Ik zag dat zij een beekje hebben dat doorloopt tot het eind van de wereld terwijl wij een vijver hebben die maar tot halverwege de oprit komt. Wij gebruiken lantaarns, terwijl zij iedere nacht naar de sterren kunnen kijken en ons landgoed loopt maar tot aan de weg, terwijl zij de wereld tot aan de horizon hebben. Wij hebben bedienden die voor ons zorgen, terwijl zij voor anderen zorgen. Wij hebben muren om ons landgoed staan om ons te beschermen, terwijl zij vrienden hebben om hen te beschermen." De vader zweeg verbijsterd en toen sprak zijn zoon: "Dank u vader dat u mij hebt laten zien hoe arm we eigenlijk zijn."

Het verhaal van de onmogelijke erfenis van de Arabier.

Een oude Arabier die zijn levenseinde voelde naderen, gaf aan dat hij zijn hele bezit van zeventien kamelen als volgt onder zijn drie zonen wilde verdelen. Hassan, de oudste zoon, zou de helft van de kamelen krijgen. Mohammed, de tweede zoon, had recht op een derde deel van het bezit van zijn vader. En Mustafa, de jongste zoon, zou een negende deel ontvangen. De oude Arabier stierf en zijn zonen probeerden het bezit van hun vader eerlijk te verdelen. Zij konden echter op geen enkele manier tot een besluit komen, omdat het getal zeventien nu eenmaal niet door twee, niet door drie en niet door negen deelbaar is. Er brak een heftige broedertwist uit omdat geen van drie een eerlijke verdeling kon bedenken.

Op dat ogenblik kwam in de verte een derwisj aangereden die als toegewijd muzelman, zittend op zijn kameel, voortdurend de lof van Allah zong. Bij het dorp aangekomen steeg hij af en vroeg aan de broers wat hun probleem was. Daarop sprak hij: "Ik ben uit Mekka gekomen en ik bezit niets anders dan mijn kameel, maar Allah heeft mij opgedragen jullie mijn rijdier af te staan, zodat jullie volgens de wil van jullie gestorven vader zijn bezittingen kunnen verdelen. Ik weet zeker dat ik een andere kameel zal vinden waarop ik mijn reis kan voortzetten, want Allah voorziet in al onze noden."

Toen ze de kameel van de heilige pelgrim bij hun kudde dreven, hadden ze niet meer zeventien, maar achttien dieren en zo ontving: Hassan de helft van achttien, dus 9 kamelen, Mohammed een derde van achttien, dus 6 kamelen en Mustafa een negende van achttien, dus 2 kamelen. Dit was dus in het totaal 9 + 6 + 2 = 17 kamelen. Verwonderd zagen de broers hoe de derwisj zijn kameel weer besteeg, die bij de verdeling was overgebleven. Terwijl hij nog steeds de lof van Allah zong, zette hij zijn reis voort.


Het verhaal van de veerman en de monnik

Er waren eens twee broers die zonen waren van een veerman. Als kind al voeren zij met hun vader voorbijgangers heen en weer over de rivier. De betaling was maar karig in de vorm van één dubbeltje per persoon. Het werk was zeer eentonig en niet erg geestverheffend en daarom besloot de oudste zoon om meer diepgang aan zijn leven te gaan geven. Hij verliet het huisje aan de rivier, zijn ouders en broer en trad in bij een boeddhistisch monnikenklooster. Na vele jaren van meditatie, zoeken naar het hogere en naar de verborgen krachten in de menselijke geest, gebeurde het dat hij op reis moest naar een ander klooster.

Hierbij passeerde hij onderweg het ouderlijke huis, hij klopte aan en na veel hartelijke omhelzingen en vreugdetranen vertelde men elkaar hoe ieders leven tot nu toe verlopen was. Na enige tijd nam de monnik weer afscheid en na alle goede wensen over en weer liepen beide broers met hun vader naar het veerbootje. De broer die nog steeds veerman was vroeg aan zijn broer die nu monnik was: "Wat heb je nu eigenlijk in de afgelopen zeven jaar in dat klooster geleerd?". "Ik zal het je laten zien," zei de monnik en hij daalde af naar de oever van de rivier. Hij liep over het water naar de overkant, zwaaide daar nog eenmaal vaarwel en verdween tussen de bomen. "Dan is, wat hij in die zeven jaar in dat klooster geleerd heeft, precies één dubbeltje waard," zei de vader en ging weer tevreden aan het werk.


Het verhaal van verdriet en hoop

Er was eens een kleine vrouw die langs een stoffige veldweg kwam. Ze was wel al tamelijk oud maar haar loop was licht en haar lachen, had de frisse glans van een onbezorgd meisje. Bij een inééngekrompen gedaante bleef ze staan en keek naar beneden. Ze kon niet veel herkennen. Het wezen dat daar in het stof op de weg zat leek bijna figuurloos. Het deed haar denken aan een grauwe flanellen deken met menselijke vormen. Ze bukte zich en vroeg "Wie ben jij?"

Twee bijna levenloze ogen keken moe ophoog. "Ik? Ik ben het Verdriet." Fluisterde een stem stamelend en zo zacht dat ze het bijna niet kon horen. "Och, het Verdriet!", riep de kleine vrouw blij alsof ze een oude bekende begroette. "Je kent mij?" vroeg het Verdriet wantrouwend. "Natuurlijk ken ik jou. Steeds weer heb je mij een stuk weg begeleid". "Ja maar, stotterde het Verdriet, Waarom vlucht je dan niet voor mij?" "Waarom zou ik voor je vluchten, mijn liefje? Je weet toch zelf maar al te goed dat je elke vluchteling inhaalt. Maar wat ik je wilde vragen, waarom zie je er zo moedeloos uit?' "Ik... Ik ben verdrietig" antwoordde de grauwe gedaante met gebroken stem. De kleine oude vrouw ging naast haar zitten. "Je bent dus verdrietig" zei ze en knikte vol begrip met haar hoofd. "Vertel me eens wat jou zo bedrukt."

Het Verdriet zuchtte diep. Zou dit keer echt iemand luisteren? Dat had ze zich al zo vaak gewenst. "Ach, weet je, begon ze voorzichtig, het is zo. Niemand mag mij. Het is nu eenmaal mijn bestemming om onder de mensen te gaan en een tijdje bij ze te blijven. Maar als ik kom schrikken ze terug. Ze zijn bang voor mij en mijden me als de pest.".

Het Verdriet slikte hard. "Ze hebben spreekwoorden uitgevonden met welke ze me willen verbannen. Ze zeggen "Ach, het leven is een groot feest". En hun valse lachen leidt tot maagkrampen en ademnood. Ze zeggen "Geërgerd is datgene wat hard maakt". En dan krijgen ze hartpijnen. Ze zeggen "Je moet je maar bij elkaar houden" En ze voelen het getrek in de schouders en de rug. Ze zeggen dat alleen zwakkelingen huilen. En de opgekropte tranen doen hun hoofd bijna uit elkaar springen. Of ze verdoven zich met alcohol of drugs opdat ze mij maar niet hoeven voelen."

"Och ja, bevestigde de vrouw, zulke mensen ben ik al vaker tegen gekomen.'! Het Verdriet zakte nog verder in elkaar."En dat terwijl ik alleen maar de mensen wil helpen. Als ik heel dicht bij ze ben kunnen ze zich zelf ontmoeten. Ik help hen een nest te bouwen waar ze hun wonden in kunnen verzorgen." Wie verdrietig is heeft een erg dunne huid. Het leed breekt weer op als een slecht genezen wond en dat doet pijn. Maar alleen wie het Verdriet toe laat en alle ongehuilde tranen huilt, kan zijn wonden werkelijk genezen. Maar de mensen willen helemaal niet dat ik ze help. In plaats daarvan schminken ze een schelle lach over hun littekens. Of ze leggen een dik pantser over hun bitterheid heen." Het Verdriet zweeg.

Haar huilen was eerst zwak ,toen sterker en tenslotte erg vertwijfeld. De kleine, oude vrouw nam de in elkaar gedoken gedaante troostend in haar armen. Wat voelt ze warm en zacht aan, dacht ze en streelde zachtjes het bevende hoopje. "Huil maar, verdriet" fluisterde ze liefdevol. "Rust maar uit zodat je weer nieuwe krachten krijgt. Vanaf nu zal je niet meer alleen zijn. Ik zal je begeleiden zodat de moedeloosheid niet meer aan de macht is." Het Verdriet stopte met huilen. Ze ging rechtop zitten en bekeek haar nieuwe met gezellin verbaasd aan. "Maar.....maar.. wie ben jij eigenlijk?" "Ik?", vroeg de kleine oude vrouw grijzend, maar daarna lachte ze weer onbezorgd als een jong meisje, "Ik? ,ik ben de Hoop."


Dit is het verhaal van Allen, Iedereen, Iemand en Niemand.

Er was eens een klusje te doen en allen waren ervan overtuigd dat iemand het zou doen.
Iedereen kon het doen maar niemand wilde het doen.
Iemand werd kwaad omdat het iedereen zijn taak was.
Allen dachten dat iemand het kon doen, maar iedereen realiseerde zich dat niemand het wilde doen.
Tenslotte beschuldigde iedereen iemand terwijl niemand deed wat ze met zijn allen konden doen.


De fabel van de drie broeders.

(Naar een lied van Fons Jansen)

Er waren eens drie broers die samen door de wereld trokken. Het waren vrijheid, gelijkheid en broederschap. De vrijheid was het rijkst en op een dag merkte gelijkheid dit op. Hij zei "omdat jij rijk bent en ik niet zijn we niet meer gelijk". De vrijheid vond dat gelijkheid zich maar aan hem moest aanpassen. Maar gelijkheid zei "ik wil niet zijn zoals jij, als we niet gelijk kunnen zijn dan liever niet meer vrij". De broers kregen grote ruzie en besloten om uit elkaar te gaan. De vrijheid trok naar het westen en werd een wereldmacht. De gelijkheid koos het oosten en heeft het ook ver gebracht. Maar wie heeft er nog ooit iets gehoord van die broederschap...


De kruik die stuk was.

Een waterdrager moet elke dag voor zijn meester naar de rivier om water te halen.
Aan weerszijden van zijn lichaam hing een kruik aan een houten juk.
De ene kruik was zo goed als nieuw, puntgaaf en zonder lek, de andere kruik was oud en gebarsten en hij verloor permanent water.
Bij thuiskomst blijkt de helft van deze kruik soms al leeg te zijn en dat deed de oude kruik veel verdriet.
Op een dag kan hij het niet meer voor zich houden en zegt tegen de waterdrager, meester ik schaam me zo.
Maar waarom dan toch, vraagt de waterdrager.
Omdat ik niet in de schaduw van uw andere kruik kan staan. Hij levert dagelijks de volle inhoud water af, terwijl ik onderweg steeds water verlies. O, maar dat wist ik immers al lang, antwoordt de waterdrager. En toch heb ik je al die tijd graag willen gebruiken.
Zijn die mooie bloemen langs de weg je dan niet opgevallen? Ze groeien alleen maar aan jouw kant.
Enige tijd geleden heb ik daar zaad uitgestrooid, jij hebt ze elke dag begoten en nu kan ik steeds een prachtig boeket plukken voor mijn heer.
Een tijdje komt er geen antwoord van de gebarsten kruik, zo heeft hij het nog nooit bekeken. Hij heeft die bloemen wel zien groeien, maar dat zijn meester hem bewust in dienst heeft gehouden en dat hij hem ondanks alle gebreken toch kan gebruiken, dat was nog nooit bij hem opgekomen.


Kennis en wijsheid.

Een meester had een leerling die hem op een dag smeekte de Naam van Macht van hem te mogen ontvangen. De meester beloofde dit verzoek in overweging te nemen en gaf hem in de tussentijd de volgende opdracht.
De leerling moest een kom, afgedekt met een deksel, naar een heremiet brengen die op enige afstand woonde. De opdracht was om, voortdurend denkend aan God, de weg af te leggen en de kom in ongeopende toestand over te dragen aan de heremiet. Daarna moest hij wachten op eventueel commentaar. De leerling had het vaste voornemen om stipt te gehoorzamen en verheugde zich er al op ingewijd te worden in de kennis en geheimen.
Maar het uitvoeren van de opdracht viel niet mee. Halverwege de tocht meende hij een geluid te horen vanuit de kom. Zijn nieuwsgierigheid was tot het uiterste geprikkeld, maar hij hield zich aan zijn opdracht en beheerste zich.
Even later leek het wel of zich iets in de kom bewoog. De leerling kon opeens aan niets anders meer denken dan aan wat er toch in de kom zat. Wat zou het toch kunnen zijn? Misschien was het wel een schorpioen, misschien liep de heremiet straks gevaar. Hij voelde zich overrompeld door de drang om te weten wat er in de kom bewoog en vergat zijn vastberadenheid om te gehoorzamen.
Zichzelf wijsmakend dat hij uit plichtsbesef handelde, zette hij de kom neer en tilde de deksel voorzichtig een klein stukje op om naar binnen te kijken. Maar zodra hij dat deed, wrong een klein muisje zich door de zo ontstane opening en glipte weg voordat de leerling hem kon tegenhouden.
De kom bleek verder leeg te zijn. Zonder iets van zijn fout te laten merken, voerde de leerling de rest van de opdracht uit. Hij begroette de heremiet, overhandigde de inmiddels weer afgesloten kom en vroeg welk antwoord hij mee terug kon nemen.
Het antwoord, zei de heremiet indringend, is dat iemand die zich niet beheerst en geen geheim kan bewaren niet geschikt is om de Naam van Macht te leren.


Je eigen mening volgen.

Hier volgt een voorbeeld van een verhaal van Hodja, een Turkse godsdienstonderwijzer en lesgever in de Koran.
Op een dag gingen Hodja en zijn zoon op reis. Hodja gaf er zelf de voorkeur aan te lopen en zette zijn zoon op de rug van de ezel.
Zo gingen zij op weg tot zij een paar mensen tegenkwamen die zeiden:
"Zie daar de wereld op zijn kop. De jeugd heeft geen respect meer voor de ouderdom. Die gezonde jongen rijdt op een ezel, terwijl zijn arme, vermoeide vader nauwelijks vooruit komt."
Toen de jongen dit hoorde stond hem het schaamrood op de kaken. Hij stapte af en stond erop dat zijn vader verder zou rijden.
Zo liepen ze voort, Hodja op de ezel en de jongen te voet. Even later kwamen ze weer mensen tegen die zeiden:
"Moet je dat zien! Wat een ontaarde vader, die zelf lekker op de ezel zit en zijn kind laat lopen."
Na dit verwijt draaide de Hodja zich naar zijn zoon en zei:
"Kom, dan zullen we samen op de ezel rijden."
Zo vervolgden ze hun weg, tot zij mensen tegenkwamen die zeiden:
"Kijk, dat arme beest! Zijn rug zakt door onder het gewicht van hen beiden, wat een dierenbeulen!"
Daarop zei Hodja tot zijn zoon:
"Laten we afstappen. Het is beter dat we allebei te voet gaan, dan kan niemand ons nog verwijten maken."
Zo liepen ze verder achter hun ezel. Tot een stel voorbijgangers wederom commentaar leverde:
"Zie wat voor dwazen er op de wereld zijn. Ze lopen in de brandende zon en geen van beiden denkt eraan op de ezel te gaan zitten."
Hodja draaide zich om naar zijn zoon en zei:
"Je hebt het gezien, mijn zoon. Hoe je je ook gedraagt, op en aanmerkingen zullen altijd je deel zijn. Leer daarom je eigen mening te volgen."


Proberen.

Een goeroe raadde zijn studenten aan om drie keer per dag te mediteren. De meeste van zijn volgelingen keken hem wat bezwaard aan. Hun commentaar was bijna gelijkluidend: "Ik zal het proberen.". De goeroe knikte ernstig en terwijl hij terug liep naar zijn zitplaats, viel het boek dat hij onder zijn arm had op de grond. Verstoord draaide hij zich om, bukte voorover, reikte naar het boek, maar greep er tien centimeter naast. Keer op keer greep hij vergeefs naar het boek. Zijn studenten keken hem verbijsterd aan. "Probeer jij het ook eens", daagde de goeroe een van hen uit. De student liep naar het boek, boog voorover, pakte het boek en reikte het zijn goeroe aan. Die sloeg boos het boek uit de handen van de student en zei: "Ik vroeg je niet het boek op te pakken, ik vroeg je alleen maar het te proberen!"


Socrates en de drie zeven.

De Griekse wijsgeer Socrates, liep eens door de straten van Athene toen plotseling een man opgewonden naar hem toe kwam. "Socrates, ik moet je iets vertellen over je vriend die...". "Ho eens even", onderbrak Socrates hem, "voordat je verder gaat, heb je het verhaal dat je mij wilt vertellen gezeefd door de drie zeven?". "De drie zeven?", vraagt de man verbaasd. "Laten we het proberen", stelde Socrates voor. "De eerste zeef is de zeef van de waarheid, heb je onderzocht of het waar is wat je mij vertellen wilt?". "Nee", zei de man, "ik hoorde het zojuist vertellen en...". "Ah juist!", zei Socrates, "dan is het toch zeker wel door de tweede zeef gegaan, de zeef van het goede.". "Is het iets goeds wat je over mijn vriend wilt vertellen?". Aarzelend antwoordt de man: "Eeeh nee, dat niet, integendeel...". "Hm", zei de wijsgeer. "Laten we dan de derde zeef gebruiken, is het noodzakelijk om mij te vertellen wat jou zo opwindt?". "Nee, niet direct noodzakelijk", antwoordde de man. "Welnu", zei Socrates glimlachend. "Als het verhaal dat je vertellen wilt, niet waar is, niet goed is en niet noodzakelijk is, vergeet het dan en val mij er niet mee lastig.".


De schoenen van Ghandi

Mahatma Ghandi stapt op een dag op de trein in India en terwijl hij instapt, verloor hij een van zijn schoenen. De schoen belande vlak naast het spoor en omdat de trein begon te rijden, kon Ghandi zijn schoen niet meer pakken. Kalm deed hij ook zijn andere schoen uit en gooit die beheerst naar de schoen die al naast het spoor lag. Een medepassagier vroeg Ghandi verbaasd waarom hij dat deed en Ghandi glimlachte en zei: "Die arme man die mijn verloren schoen langs het spoor vindt, vindt nu een paar dat hij kan gebruiken.".


Voedsel voor de ziel

Dit verhaal speelde in het oude wilde westen, twee cowboys en een indiaan zijn de hele dag bezig met het opdrijven van koeien. Aan het einde van de dag hebben de cowboys het er met elkaar over dat ze honger hebben en samen dromen ze over de uitgebreide maaltijden die ze gaan eten wanneer ze eindelijk bij een stadje zijn aangekomen. Een van de cowboys vroeg de indiaan of hij geen honger had en de indiaan haalde zijn schouders op en zei: "nee, ik heb geen honger.". Een uur later kwamen de drie aan in een stadje en terwijl ze in een restaurant zaten te eten, zagen de cowboys dat de indiaan het ene na het andere bord volschepte. "Hoe kan dat nou", zei een van de cowboys, "nu eet je alsof je dagen niet gegeten hebt, terwijl je een uur geleden nog zei dat je geen honger had." De indiaan keek de cowboys kauwend aan en zei: "het was niet slim om op dat moment honger te hebben, een uur geleden was er geen eten.".


Mooie en inspirerende verhalen over de liefde


Gods les in de liefde

Een man had op een dag een gesprek met de Heer en zei: "Heer, ik zou willen weten wat hemel en hel inhouden." De Heer leidde de man naar 2 deuren, hij opende één van de deuren en liet de man binnenkijken. In de kamer was een hele grote ronde tafel en in het midden van die tafel stond een grote pan met stamppot die heerlijk geurde en maakte dat de man watertandde. De mensen die rondom de tafel zaten waren echter mager en ziekelijk en ze leken erg hongerig. Ze hielden lepels in hun handen met erg lange handgrepen die aan hun armen vastgemaakt waren. Het was voor een ieder mogelijk om in de pan met heerlijk eten te reiken en daaruit te eten, maar omdat de lepels langer waren dan hun armen konden ze de lepels niet naar hun monden brengen. De man rilde bij het aangezicht van deze ellende en dit lijden. God zei: "Nu heb je de hel gezien." Ze gingen naar de volgende kamer en God opende de deur. Deze was exact dezelfde als de eerste, er stond ook een grote ronde tafel in het midden van de kamer met daarop ook een grote pan met stamppot waarvan de man weer moest watertanden. De mensen hier hadden precies dezelfde lange lepels die waren vastgemaakt aan hun armen, maar deze mensen waren wel doorvoed en gezond. Zij hadden het gezellig, lachend en pratend met elkaar. De man zei: "Ik snap het niet, ik snap er niks van!". "Het is vrij eenvoudig" sprak God, "je hoeft maar één ding te weten. Zie je, zij hebben geleerd om elkaar te voeden terwijl de inhalige mensen alleen maar aan zichzelf denken."



De fee en de drie wensen

Een vrouw mag van een goede fee drie wensen doen, elke dag één. 'Bedenk alleen wel,' zegt de fee, 'dat je man ook alles krijgt wat jij krijgt, en wel tienvoudig.' Geen probleem, dus mijn man krijgt alles wat ik krijg in tienvoud, dan wens ik dat ik stapelverliefd word op mijn partner.' De volgende dag komt de fee weer langs, de gordijnen zijn dicht en de fee moet lang bellen voordat de deur open gaat. Ten slotte verschijnt de vrouw in de deuropening, een laken haastig omgeslagen, de haren verfomfaaid, de ogen glanzend en de wangen blozend. 'Wat is je tweede wens?' begint de fee. Maar de vrouw valt haar in de rede. 'O ben jij het, fee, nog heel erg bedankt, het is fantastisch! Ik hoef verder niets, ik ga gauw weer naar binnen.' 'Hola,' protesteert de fee nog. 'Wat moet ik dan doen met die andere wensen?' 'Geef ze maar aan andere vrouwen,' roept de vrouw over haar schouder terwijl ze weer in het huis verdwijnt.



De roos binnenin

Een man plantte eens een roos en gaf deze trouw water en net voordat de roos tot bloei kwam, onderzocht hij de plant en zag dat de knop die spoedig tot bloei zou komen, maar ook de doornen op de stam op en hij dacht, "Hoe kan er een mooie bloem groeien uit een plant met zo vele scherpe doornen?" Bedroefd door deze gedachte, vergat hij om de roos water te geven en vlak voordat de roos klaar was om te bloeien stierf de plant. Zo is het ook met veel mensen, in elke ziel groeit er een roos. Deze symboliseert de kwaliteiten in ons die we bij onze geboorte meegekregen hebben en die kan groeien ondanks de doornen van onze fouten. Veel mensen zien in de ander alleen de doornen zijnde de tekortkomingen en denken dat hieruit nooit iets moois kan groeien. En omdat we geen water geven aan de goede dingen in het hart gaan deze uiteindelijk dood. Sommige mensen zien ook niet de roos in zichzelf, iemand anders moet hen deze tonen. Een van de beste dingen die een mens kan doen is voorbij de doornen kijken en de roos te ontdekken in zichzelf maar ook in de ander. Dit is een van de grootste kenmerken van de liefde om door de fouten en tekortkomingen heen de mooie dingen in de ander te kunnen zien. En door deze roos van binnen te verzorgen en aandacht te geven kan deze vaak tot bloei komen.



De liefde, Korintiërs 13: 1-13

De liefde is geduldig en vol goedheid. De liefde kent geen afgunst, geen ijdel vertoon en geen zelfgenoegzaamheid. Ze is niet grof en niet zelfzuchtig, ze laat zich niet boos maken en rekent het kwaad niet aan, 6 ze verheugt zich niet over het onrecht maar vindt vreugde in de waarheid. Alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt ze. De liefde zal nooit vergaan.

Love is patient, love is kind. It does not envy, it does not boast, it is not proud. It is not rude, it is not self-seeking, it is not easily angered, it keeps no record of wrongs. Love does not delight in evil but rejoices with the truth. It always protects, always trusts, always hopes, always perseveres. Love never fails.



Liefde en tijd

Er was eens een eiland waar alle gevoelens leefden zoals geluk en droefheid samen met kennis en andere menselijke eigenschappen waaronder ook de liefde. Op een dag merkte men dat het eiland langzaam in zee zakte en iedereen maakte een boot en verliet het eiland. De liefde was de enige die bleef tot het einde maar toen het eiland bijna zonk, besliste ze dat het tijd was om hulp te vragen. Rijkdom kwam langs in een grote boot en de liefde vroeg "kun je me meenemen?". "Nee, dat kan niet" zei de rijkdom, "mijn schip ligt vol met goud en zilver er is geen plaats meer over". Toen besloot de liefde de ijdelheid te vragen maar die zei: "Sorry maar je bent helemaal nat, je zou mijn spullen alleen maar beschadigen". Toen vroeg de liefde het verdriet om te helpen maar deze was zo verdrietig dat ze alleen wilde zijn. En geluk was zo met zichzelf bezig dat hij de liefde niet eens opmerkte.

Opeens klonk er een stem die zei: "kom liefde, ik zal je meenemen". Het was een geest en de liefde was zo overweldigd door dit aanbod, dat ze zelfs vergat te vragen waar ze naar toe gingen. Toen ze op droog land aankwamen was de geest net zo snel verdwenen als hij gekomen was en toen realiseerde de liefde zich dat ze niet wist wie haar redder was. Ze vroeg de wijsheid wie haar gered had en wijsheid zei: "het was de tijd". De liefde vroeg: "waarom hielp de tijd mij?" en wijsheid antwoordde: "omdat slechts de tijd kan begrijpen hoe waardevol liefde is."



De echo en de narcis

Een Griekse mythe over onmogelijke liefde, trots en hoogmoed

Lang geleden, toen iedere rivier zijn eigen beschermengel had en iedere boom zijn eigen boomnimf, ontvoerde Kepheus de blauwe nimf Lester. De beeldschone Lester werd moeder en bracht een zoon ter wereld. De jongen stal, zo klein als hij was, de harten van alle mensen. Zijn moeder gaf hem de naam Narcis en de jongen werd elke dag knapper. Toen zijn moeder aan de profeten vroeg, wat haar zoon in de toekomst te wachten stond, sprak de blinde Theresia: "Als hij geen misbruik maakt van zijn knappe uiterlijk, zal hij een hoge leeftijd bereiken." Maar Narcis bereikte geen hoge leeftijd. Zijn knappe uiterlijk deed hem meer kwaad dan goed. Wie hem eenmaal gezien had, wilde voor altijd bij hem blijven. De jongemannen bedelden om zijn vriendschap en de meisjes om zijn liefde. Maar Narcis ontweek ze allemaal, vluchtte voor de vriendschap en ging de liefde uit de weg. Het liefst zwierf hij alleen door de bossen. Het liefst joeg hij op wild en, net als het wild, schuwde hij de mensen. De mensen dachten, dat hij trots en hoogmoedig was. En de bergnimf Echo moest het zelfs met de dood bekopen. Zij volgde hem in de bossen als een schaduw, ze wilde met hem praten, maar dat kon ze niet. De godin Hera had haar een keer gestraft, omdat ze zich met kletspraat ophield. Vanaf die tijd kon Echo alleen maar herhalen wat een ander zei; ze kon zelf geen gesprek beginnen.

Ook tegen de knappe Narcis kon ze niets zeggen, ze moest wachten, tot hij zelf het woord tot haar richtte. Toen Narcis op een keer in de gaten kreeg dat er iemand achter hem aan liep riep hij: "Wie is daar?" En Echo zei hem na: "Wie is daar?" Narcis keek om zich heen, maar zag niemand. Hij riep nog eens: "Waar ben je en waarom verstop je je voor mij?" En Echo herhaalde opnieuw: "Waarom verstop je je voor mij?" Narcis keek weer om zich heen, om te zien wie er met hem sprak en riep toen: "Kom te voorschijn." En Echo zei hem vrolijk na: "Kom te voorschijn." Toen kwam ze uit haar schuilplaats en liep naar Narcis toe om hem te omhelzen. Maar Narcis moest daar niets van hebben en hij ging op de vlucht terwijl hij riep: "Van jou houden? Dan sterf ik liever."

En ongelukkige Echo kon alleen maar herhalen: "Dan sterf ik liever!" En na korte tijd ging ze aan haar ongelukkige liefde ten onder. Elke dag werd ze dunner, tot er van haar alleen nog maar de stem overbleef. Ze verstopt zich voor de mensen in holen en bossen, loopt zoals vroeger door bergen en dalen, maar niemand kan haar meer zien. Men kan haar alleen als echo horen. Maar nog erger behandelde Narcis een vriend van hem. In plaats van vriendschap te laten blijken stuurde hij hem een zwaard en de vriend doorstak zichzelf met het zwaard op de drempel van zijn huis. Dat konden de goden niet ongestraft laten en enige tijd later namen ze wraak.

Toen Narcis op jacht was, kreeg hij vreselijke dorst en in de schaduw van de bomen zag hij een bron. Nadat hij zich had voorovergebogen en zijn dorst had gelest, zag hij voor het eerst zijn eigen gezicht in het water weerspiegeld. Hij werd er dadelijk verliefd op en wilde het knappe gezicht kussen, maar nauwelijks had hij zijn gezicht aangeraakt of het water kwam in beweging en het beeld verdween. Toen bemerkte hij, dat het zijn eigen gezicht was en zijn verdriet werd er des te groter door. Lange tijd klaagde Narcis om zijn ongelukkige liefde en de ongelukkige echo klaagde met hem mee. En toen Narcis zich tenslotte uit vertwijfeling met een dolk neerstak en zijn beeld voor het laatst vaarwel zei, herhaalde de arme echo: "Vaarwel, voor altijd vaarwel, mijn ongelukkige liefde!" Toen een paar van zijn vrienden hem wilden begraven, zagen ze het lichaam van Narcis niet meer. In plaats daarvan groeiden er in het gras prachtige gele bloemen. Ze dragen tot op de dag van vandaag de naam Narcis.



Een verhaal over liefde en het hondje

Een boer had enkele jonge hondjes die hij nog moest verkopen, hij schilderde een advertentie op een bord met de tekst "4 puppies te koop" en zette dit aan het begin van zijn erf aan de kant. Toen hij de laatste spijker in het bord sloeg werd hij aan zijn overal getrokken en hij keek naar beneden in de ogen van een kleine jongen. "Meneer" zei de jongen, "ik wil één van uw puppies kopen". "Wel" zei de boer, terwijl hij met zijn hand achter in zijn nek wreef, "deze puppies hebben heel goede ouders en kosten aardig wat geld". De jongen liet even zijn hoofd hangen. Toen reikte hij diep in zijn broekzak en haalde een handvol kleingeld voor de dag en liet het aan de boer zien. "Ik heb 39 cent, is dat genoeg om te kijken?". "Zeker" zei de boer en hij floot een deuntje. "Dolly", riep hij en uit het hondenhok en over het erf rende Dolly naar de boer toe, gevolgd door 4 kleine bolletjes wol.

De kleine jongen drukte zijn gezicht tegen het hek en zijn ogen straalden van verrukking. Zerwijl de honden naar het hek kwamen rennen, zag de jongen nog iets bewegen in het hondenhok. Langzaam verscheen er nog een bolletje wol, maar deze was zichtbaar kleiner dan de andere hondjes. Op zijn achterpootjes gleed het bolletje het hok uit en op een wat onhandige manier begon het hondje vooruit naar het hok te hobbelen, terwijl het zijn best deed de andere hondjes bij te houden. `Ik wil dat hindje hebben" zei het kleine jongetje, terwijl hij naar de waggelende hond wees. De boer knielde naast het jongetje neer en zei: "Jongen, je wil dat hondje echt niet, het is nooit in staat om te rennen of te spelen, zoals die andere hondjes kunnen".

Toen deed de jongen een stap naar achteren, bukte zich en begon een broekspijp op te rollen. Terwijl hij dit deed werd een stalen beugel zichtbaar aan beide zijden van het beentje van de jongen, die vastgemaakt zaten aan zijn speciaal gemaakte schoentje. De boer aankijkend zei hij: "Weet u meneer, ik kan zelf ook niet zo goed rennen en hij heeft iemand nodig die hem begrijpt". Met tranen in zijn ogen boog de boer vooro9ver en pakte de kleine puppy op. Hij hield het heel voorzichtig vast toen hij de puppy aan de kleine jongen gaf. "Hoeveel kost het?" vroeg de kleine jongen. "Niets, het is gratis", zei de boer, "er is geen prijs voor liefde".



De rijke man en zijn vier vrouwen

Er was eens een rijke man die vier vrouwen had, hij hield het meest van de vierde vrouw. Hij sloofde zich voor haar uit, kocht dure kleren voor haar en alles wat kostbaar was. Hij zorgde heel goed voor haar en deed steeds zijn uiterste best. Hij hield ook veel van zijn derde vrouw. Hij was heel trots op haar en wou altijd met haar pronken als ze naar vrienden gingen. Nochtans was hij altijd verschrikkelijk bang dat ze hem ooit zou verlaten voor een andere man. Ook hield de rijke man van zijn tweede vrouw, ze was altijd in de weer voor hem, altijd geduldig, ze was eigenlijk zijn vertrouwelinge. Wanneer hij problemen had, kon hij altijd bij haar terecht en ze kon hem dan ook steeds helpen de moeilijke tijden door te komen.

Zijn eerste vrouw was een zeer loyale partner en leverde grote bijdragen om zijn rijkdom en zijn zaken te onderhouden. Ze zorgde steeds perfect voor het huishouden en hoewel de eerste vrouw veel van haar man hield, hield de rijke man toch niet van haar en hij bekeek haar nauwelijks. Maar op een dag werd de rijke man ziek en hij wist dat hij binnenkort zou gaan sterven. Hij dacht na over het luxeleven dat hij altijd geleid had en zei bij zichzelf: "Nu heb ik vier vrouwen, maar als ik sterf, ben ik alleen, wat zal ik eenzaam zijn!". Dus vroeg hij aan de vierde vrouw: "ik hield van jou het meest, heb je altijd de kostbaarste dingen gegeven en goed voor je gezorgd. Nu ik binnenkort zal sterven, wil jij me volgen en me gezelschap houden?". "Geen sprake van!" antwoordde de vierde vrouw en ze liep weg zonder verder nog iets te zeggen. Het antwoord sneed als een scherp mes in het hart van de rijke man.

De verdrietige rijke man vroeg aan zijn derde vrouw: "ik heb mijn hele leven zoveel van je gehouden, nu ik binnenkort zal sterven, wil jij me volgen en me gezelschap houden?". "Nee! antwoordde de derde vrouw, het leven is hier zo goed! Wanneer jij sterft, ga ik hertrouwen!". De rijke man's hart werd koud bij het horen van die harde woorden."

Daarna vroeg hij aan de tweede vrouw: "ik ben altijd bij jou gekomen als ik hulp nodig had en je hebt me altijd uit de nood geholpen. Nu heb ik opnieuw hulp nodig, wanneer ik zal sterven, wil jij me volgen en me gezelschap houden?". Het spijt me, maar deze keer kan ik je niet helpen!" zei de tweede vrouw. Het enige dat ik voor je kan doen is je naar je graf begeleiden." Het antwoord kwam als een donderslag bij heldere hemel en de rijke man was helemaal van zijn stuk gebracht.

Opeens klonk er een stem: "ik zal met je meegaan, ik zal je volgen, waar je ook gaat." De rijke man keek op en zag zijn eerste vrouw, ze was graatmager, alsof ze ondervoed was. Dankbaar, maar toch met spijt in zijn hart zei de rijke man: "ik had beter voor je moeten zorgen toen ik het nog kon!".

Eigenlijk hebben we allemaal vier vrouwen in ons leven... de vierde is ons lichaam, het maakt niet uit hoeveel kosten, tijd en moeite we besteden om het er goed te laten uitzien, het zal ons toch verlaten als we sterven. Onze derde vrouw is onze bezittingen, status en rijkdom, wanneer we sterven, gaan ze allemaal naar anderen. De tweede vrouw is onze familie en vrienden, het maakt niet uit hoe dierbaar ze ons zijn geweest tijdens ons leven, de verst dat ze kunnen meegaan is tot aan ons graf. De eerste vrouw is onze ziel, ze wordt dikwijls verwaarloosd in het nastreven van materiële rijkdom en plezier. En in feite is het het enige dat ons volgt, waar we ook zullen gaan, misschien is het beter om het nu aandacht te schenken, dan ermee te wachten tot het te laat is.



Een doosje met kusjes

Enkele jaren geleden bestrafte een vader zijn vijfjarige dochtertje omdat zij overvloedig gebruik had gemaakt van mooi verguld papier om een cadeautje in pakken. Geld was er niet in overvloed en hij was boos omdat zij dit dure papier zomaar had gebruikt. De volgende morgen bracht het meisje het verguld ingepakte cadeautje naar haar vader en zei: "Hier, papa, dit is speciaal voor jou!" Met stomheid geslagen en aangegrepen door het voorval, betreurde de vader zijn woede-uitbarsting van de vorige dag. Zijn dochtertje aanvaardde zijn excuses maar al te graag en nieuwsgierig opende hij de doos en ontdekte dat er helemaal niets inzat.

Hij schreeuwde tegen haar: "Weet je dan niet dat het heel wreed is om iemand een lege doos te geven, er moet altijd een cadeautje in zitten!". Het meisje kreeg tranen in haar ogen en zei: "Maar papa, de doos is niet leeg, ik heb haar gevuld met heel veel kusjes, alleen voor jou!" De vader was volledig van de kaart en omarmde zijn dochter liefdevol, hopende zij hem ooit zijn boze reactie zou kunnen vergeven. Enige tijd later, werd het meisje getroffen door een ernstige ziekte en stierf.

De vader heeft de doosje nog steeds bij zich, dicht bij zijn bed, en elke keer als zijn verdriet hem overmand, pakt hij de doosje, neemt er een verbeelde kus uit en herinnert zich de liefde die zijn dochter in haar cadeau had gestoken.


Het hart van de oude man

Op een dag stond een jongeman in het midden van het dorp en beweerde dat hij het mooiste hart had van de hele vallei. Een grote menigte had zich om hem heen verzameld en ze waren het allemaal met hem eens, zijn hart was perfect en mooi. Er zat geen wond of schrammetje op zijn hart en men zei dat het het mooiste hart was dat ze ooit hadden gezien. De jongeman was er erg trots op en in de dagen die volgden, pochte hij nog meer over zijn prachtige hart.

Op een dag liep een oude man vanuit de menigte op hem af en vroeg: "waarom is jouw hart niet zo mooi als het mijne?" Iedereen keek naar het hart van de oude man, het sloeg krachtig, maar zat vol littekens en er waren andere stukken ingezet, deze pasten er niet mooi in en de hoeken waren rafelig. Op sommige plaatsen misten er zelfs stukjes uit zijn hart. De mensen bekeken hem in opperste verbazing en dachten: "Hoe kan hij nou zeggen dat zijn hart het allermooiste is?" De jongeman lachte om de staat waarin het hart van de oude man verkeerde en zei: "Je maakt zeker een grapje? Vergelijk jouw hart eens met het mijne, dat van mij is perfect en de jouwe is een puinhoop vol littekens en scheuren!" "Ja", antwoordde de oude man, "jouw hart ziet er misschien wel perfect uit, maar ik zou niet met je willen ruilen."

"Kijk", sprak hij, "elk litteken vertegenwoordigt een persoon aan wie ik mijn liefde heb gegeven, ik scheur een stukje uit mijn hart en geef het hen, vaak krijg ik een stukje van hun hart terug om zo de lege plaats op te vullen. Maar de stukken zijn niet precies hetzelfde, ik heb gerafelde hoeken, dat klopt, maar het herinnert me er aan, dat we liefde met delen. Soms geef ik een stukje van mijn hart weg en heeft de ander me geen stukje van het zijne teruggegeven, dat zijn de lege gaten. Het geven van liefde is een risico, al zijn die gaten in mijn hart pijnlijk, ze blijven open. Het herinnert me er aan, dat ik ook liefde heb voor deze mensen en ik hoop dat ze op een dag terug zullen keren om het gat alsnog op te vullen. Zo" zei hij, "zie je nu wat echte schoonheid is?"

De jongeman stond roerloos terwijl de tranen over zijn wangen rolden, hij liep op de man af, greep in zijn perfecte hart en scheurde er een stukje uit. Hij bood het met trillende handen de oude man aan, deze nam zijn offer aan en plaatste het in zijn eigen hart. Vervolgens nam hij een ander stukje uit zijn hart en plaatste het in de wond van het hart van de jongeman. Het paste niet perfect, er zaten wat rafels aan en de jongeman keek naar zijn hart, niet meer perfect, maar veel mooier dan voorheen omdat de liefde van de oude man nu ook door zijn hart stroomde.

Last update: 02-10-2013



 

Disclaimer.

Hoewel de heer Hein Pragt de informatie beschikbaar op deze pagina met grote zorg samenstelt, sluit de heer Pragt alle aansprakelijkheid uit met betrekking tot de informatie die, in welke vorm dan ook, via zijn site wordt aangeboden. Het opnemen van een afbeelding of verwijzing is uitsluitend bedoeld als een mogelijke bron van informatie voor de bezoeker en mag op generlei wijze als instemming, goedkeuring of afkeuring worden uitgelegd, noch kunnen daaraan rechten worden ontleend. Op de artikelen van de heer Pragt op deze Internetsite rust auteursrecht. Overname van informatie (tekst en afbeeldingen) is uitsluitend toegestaan na voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbende. Voor vragen over copyright en het gebruik van de informatie op deze site kunt u contact opnemen met: (email: mail@heinpragt.com)